De doedelzak heeft een lange en eervolle geschiedenis die is terug te voeren tot het begin van onze beschaving want het is één van de oudste, door de mens bespeelde, instrumenten.
Vermoedelijk is het begonnen in het oude Egypte waar een eenvoudige chanter en drone tegelijkertijd bespeeld werden. Later werden ze aan een zak van dierenhuid vastgemaakt en voorzien van een blaaspijp zodat een primitieve vorm ontstond van het instrument dat wij nu kennen.
In deze vorm werd het instrument bespeeld door de Grieken en de Romeinen en tenslotte door heel Europa verspreid, eerst door de Kelten en daarna door de Romeinen, bij hun landveroveringen.
Door de eeuwen heen bleef het instrument populair en gedurende de Middeleeuwen was het, nog steeds in zijn primitieve vorm, een van de meest voorkomende instrumenten in de landen van Zuid -, Centraal- en West Europa. Het was ook één van de favoriete instrumenten van de rondtrekkende minstreels die verantwoordelijk waren voor de meeste, destijds gespeelde, muziek.
In latere jaren werden vele soorten doedelzakken ontwikkeld, sommige met een groot bereik aan tonen en andere met b.v. een blaasbalg en deze bleven populair tot het begin van de achttiende eeuw.
Toen echter dorpen en steden ontstonden en de mensen niet meer in kleine gehuchten of op het platteland woonden en ze bovendien stopten met allerlei vermaak buitenshuis werd muziek een indoor activiteit en ontstonden de instrumenten die we ook nu nog veel binnen spelen. (piano, fluit, accordeon)
Met de intrede en opkomst van deze instrumenten liep het gebruik van de doedelzak terug en het instrument verdween uit grote delen van Europa behalve in Bretagne, Zuid Italië en de Balkan waar het instrument, nog steeds in zijn primitieve vorm, bleef bestaan.
In de UK gebeurde ongeveer hetzelfde met het instrument als op het vasteland van Europa. Het instrument kwam met de Kelten en de Romeinen en floreerde eeuwenlang als hèt instrument van de gewone man. Het werd gespeeld op markten, bruiloften, dansactiviteiten in de open lucht, optochten en bij allerlei gelegenheden waar pret werd gemaakt. Het instrument wordt ook genoemd en beschreven in vele boeken, van de toneelstukken van Shakespeare tot in ballades. Afbeeldingen en beeldjes ( snijwerk) ervan zijn talrijk.
Bepaalde vormen van het instrument werden populair in Noord Engeland, Ierland en in Zuid Schotland. In alle andere delen van het Britse eiland verdween het ook aan het begin van de achttiende eeuw.
In de Schotse Highlands was zijn geschiedenis anders.
Zijn krijgshaftige muziek deed het goed bij de oorlogszuchtige geest van de bevolking daar en het feit dat de Highlands niet "verstedelijkten" betekende dat er meer vrije ruimte was en dus ook meer gelegenheid om buiten te spelen.
De originele vorm van het instrument met een zak, een chanter, één drone en een blaaspijp bleef onveranderd tot ongeveer 1500. Toen werd een tweede drone toegevoegd.
Rond 1700, weer 200 jaar later, kwam daar een derde drone bij, de bassdrone.
De doedelzak paste goed in het Clan systeem dat destijds in gebruik was. De chieftains van de clans hadden hun eigen pipers, in veel gevallen een erfelijke baan.
Scholen ( colleges) werden opgericht om doedelzakles te geven. En daar waren er een aantal van. In deze colleges ontwikkelde de Ceol Mor of Piobaireachd: de klassieke muziek van de doedelzak die de vergelijking goed kan doorstaan met de grootste composities uit de verdere muziekwereld.
De beroemdste van die colleges was dat van de MacCrimmons in Boreraig op het eiland Skye. De MacCrimmons waren de erfelijke pipers van de MacLeods of Dunvegan en zij behielden deze post gedurende 200 jaar. Zij gaven les aan pipers uit de hele Highlands en zij hebben vele meesterwerken van Ceol Mor gecomponeerd waarvan wij de meeste tunes nog steeds hebben en spelen.
Na de opstand van de Jacobites in 1745 werd het bespelen van de doedelzak en het dragen van een kilt verboden in Schotland. Deze wet werd met kracht gehandhaafd.
De Colleges verdwenen en de erfelijke families van pipers vielen uit elkaar. Gedurende deze tijd en ook vele jaren daarna bestond het grote gevaar dat de doedelzak ook hier zou verdwijnen.
Gelukkig werd het spelen ervan weer toegestaan voordat de kunst om dat te doen vergeten was.
Gelukkig ook was het dat pipers gedurende deze tijd begonnen om de Ceol Mor op te schrijven in muziekschrift. Daarvoor werd het altijd vocaal overgeleverd maar nu zijn er een paar honderd tunes gepubliceerd in notenschrift.
In Londen, Edinburgh en op andere plaatsen werden Highland Societies opgericht met het doel om de tradities van het leven in de Highlands levendig te houden en in ere te herstellen. Die Societies begonnen met het organiseren van doedelzak competities.
De doedelzak werd ook het favoriete instrument van de Schotse soldaten die in steeds grotere getale het Britse leger in gingen. Dit alles heeft geholpen bij de opleving en de populariteit van de doedelzak zodat zijn overleving zeker gesteld werd.
De doedelzak heeft steeds meer in populariteit toegenomen en is tegenwoordig over de hele wereld bekend en wordt ook vrijwel overal gespeeld.
De persoon die een piper wil worden kan er trots op zijn dat dit een nobel instrument is met een grootse traditie.
Het instrument kan prachtige muziek voortbrengen en prachtige muziek is er ook voor gecomponeerd.
Het instrument is het waard dat de "leerling" zich er voor 100% voor inzet